Hoeveel lux heeft een hockeyveld nodig?

maandag 21 september 2026

Westlake Hockey Club LED Field Lighting New Zealand Westlake Hockey Club LED Field Lighting New Zealand

Een hockeyveld heeft volgens de Nederlandse voorschriften gemiddeld minimaal 200, 300 of 500 lux nodig. Welk niveau geldt, hangt af van het gebruik van het veld en het wedstrijdniveau.

Voor training en recreatie geldt formeel minimaal 200 lux. Voor landelijke en lokale wedstrijden is dat 300 lux. Internationale en nationale topwedstrijden vragen minimaal 500 lux. Voor veel hockeyclubs is 300 lux daarom een praktisch uitgangspunt: het veld is dan geschikt voor trainingen én reguliere wedstrijden.

De luxwaarden voor een hockeyveld

Gebruik van het veld

Verlichtingsklasse

Gemiddelde horizontale verlichtingssterkte

Training en recreatie

Klasse III

Minimaal 200 lux

Landelijke en lokale wedstrijden

Klasse II

Minimaal 300 lux

Internationale en nationale topwedstrijden

Klasse I

Minimaal 500 lux

Dit zijn gebruikswaarden uit het NOC*NSF/KNHB-voorschrift voor veldhockey. De installatie moet deze waarden dus niet alleen direct na plaatsing, maar ook tijdens de afgesproken gebruiksperiode halen.

Wat betekent lux?

Lux geeft aan hoeveel licht op een oppervlak terechtkomt. Eén lux is één lumen per vierkante meter. Bij hockey gaat het om de horizontale verlichtingssterkte op het speelveld.

Een gemiddelde van 300 lux betekent niet dat ieder punt op het veld precies 300 lux meet. Sommige meetpunten kunnen hoger en andere lager uitvallen. De verschillen mogen alleen niet te groot worden.

Wil je het verschil tussen lumen, lux en candela beter begrijpen? Lees dan onze uitleg over lumen en lux bij ledverlichting.

Is 200 lux voldoende voor een training?

Volgens verlichtingsklasse III is 200 lux voldoende voor training en recreatie. Het KNHB-basisdocument adviseert voor hockey in de praktijk 300 lux als uitgangspunt. Dat sluit ook aan op het minimumniveau voor landelijke en lokale wedstrijden.

Gebruik je het veld uitsluitend voor trainingen en recreatie? Dan kan een ontwerp op basis van klasse III passend zijn. Speel je er officiële wedstrijden of verwacht je dat in de toekomst te doen? Dan ligt klasse II met minimaal 300 lux meer voor de hand.

Kijk daarom niet alleen naar het huidige gebruik. Een installatie wordt voor meerdere jaren aangelegd. Verandert het wedstrijdniveau later, dan wil je voorkomen dat de verlichting opnieuw moet worden aangepast.

Wanneer heb je 500 lux of meer nodig?

Minimaal 500 lux geldt voor internationale wedstrijden en nationale topwedstrijden. Bij professionele televisieopnames kunnen aanvullende eisen gelden. Daarbij wordt niet alleen naar horizontale verlichting gekeken, maar bijvoorbeeld ook naar verticale verlichtingssterkte, kleurweergave en flikkering in camerabeeld.

Laat zulke eisen vooraf vastleggen. Een veld dat aan klasse I voldoet, voldoet niet automatisch aan iedere broadcaststandaard.

Hoe gelijkmatig moet het licht zijn?

Naast het gemiddelde gelden twee eisen voor de gelijkmatigheid:

Verhouding

Minimale waarde

Laagste meetwaarde ten opzichte van het gemiddelde, E-min/E-gem

0,70

Laagste meetwaarde ten opzichte van de hoogste waarde, E-min/E-max

0,35

Bij een gemiddelde van 300 lux moet de laagste meetwaarde dus minimaal 210 lux zijn:

300 × 0,70 = 210 lux

Deze verhouding voorkomt grote verschillen tussen lichte en donkere delen van het veld. Dat helpt spelers om de snel bewegende bal over het hele veld te blijven volgen.

Welke eisen gelden voor verblinding en kleurweergave?

Het hockeyvoorschrift stelt ook grenzen aan verblinding en eisen aan kleurweergave:

Verlichtingsklasse

Maximale verblindingswaarde

Minimale kleurweergave

Klasse III

RG 55

Ra 60

Klasse II

RG 50

Ra 60

Klasse I

RG 50

Ra 70

De RG-waarde geeft aan hoeveel verblinding spelers kunnen ervaren vanuit relevante posities en kijkrichtingen. De Ra-waarde beschrijft hoe natuurgetrouw kleuren worden weergegeven.

Daarom kun je twee voorstellen niet alleen op het gemiddelde aantal lux vergelijken. Vraag ook naar de gelijkmatigheid, RG-waarde en kleurweergave.

Waarom kan de waarde bij oplevering hoger zijn?

De voorgeschreven luxniveaus zijn gebruikswaarden. De lichtopbrengst kan tijdens de levensduur afnemen door veroudering en vervuiling. Daarom wordt in de berekening een onderhoudsfactor toegepast.

Een nieuwe installatie kan bij oplevering dus meer dan 300 lux meten, terwijl het ontwerp op een gebruikswaarde van 300 lux is gebaseerd. Vraag bij ieder voorstel welke onderhoudsfactor is gebruikt en of de genoemde luxwaarde een beginwaarde of gebruikswaarde is.

Een onderhoudsfactor van 1,0 is voor een installatie die langere tijd aan de gebruikswaarde moet blijven voldoen niet realistisch. Er wordt dan geen rekening gehouden met afname van de lichtopbrengst.

Hoe wordt het aantal lux gecontroleerd?

Na de installatie laat je een lichtmeting uitvoeren volgens de geldende meetmethode. Op vaste meetpunten wordt de horizontale verlichtingssterkte vastgelegd. Met deze waarden worden het gemiddelde, de laagste en hoogste waarde en de gelijkmatigheid berekend.

Lumosa kan deze lichtmeting als extra service uitvoeren. Je ontvangt een meetrapport waarmee je het resultaat kunt vergelijken met het lichtplan en de afgesproken verlichtingsklasse.

Een meting op het speelveld is geen lichthindermeting. Daarvoor zijn andere beoordelingspunten en meetwaarden nodig. In het artikel Hoe beperk je lichthinder rond een hockeyveld? leggen we dat verschil uit.

Kun je verschillende luxniveaus instellen?

Een dimbare ledinstallatie kan verschillende lichtstanden krijgen. Je ontwerpt de installatie voor het hoogste niveau dat je nodig hebt en stelt vervolgens lagere standen in voor andere gebruiksmomenten.

Met LumosaTouch schakel je tussen de wedstrijd-, trainings- en wandelstand. Zo gebruik je tijdens een training niet automatisch de volledige wedstrijdstand. De ingestelde standen moeten wel voldoende licht en gelijkmatigheid bieden voor het beoogde gebruik.

Kijk niet alleen naar het aantal lux

Het juiste luxniveau is de basis, maar niet het volledige lichtplan. Gelijkmatigheid, verblinding, kleurweergave, lichtstanden en de omgeving bepalen samen of de installatie geschikt is.

Lees ook waar je bij hockeyveldverlichting op moet letten of bekijk hoe Lumosa een lichtplan voor sportverlichting maakt.

Welk lichtniveau past bij jouw hockeyveld?

Het juiste lichtniveau hangt af van het gebruik van je veld, het speelniveau en je toekomstplannen. Met een lichtplan zie je vooraf hoeveel licht nodig is, hoe het wordt verdeeld en welke armaturen daarbij passen.
Bekijk onze oplossing voor hockeyveldverlichting of laat een lichtplan maken voor jouw accommodatie.
Henk Maas

Henk Maas

Oprichter van Lumosa

Henk Maas is oprichter van Lumosa en al ruim 20 jaar actief in de ontwikkeling van LED-sportverlichting en slimme energiesystemen. Vanuit zijn technische kennis en praktijkervaring deelt hij inzichten over verlichting, energie en innovatie.

WAT IS JOUW BESPARING MET LUMOSA LED?

Football Lighting

Bereken met onze handige calculator zelf jouw persoonlijke energiebesparing door oude lampen te vervangen voor onze LED verlichting.

Besparingscalculator